We zijn met zijn allen enorme zoetekauwen. De gemiddelde Nederlander werkte in 2005 maar liefst 32 kilogram aan snacks en zoete tussendoortjes naar binnen, zo blijkt uit cijfers van het Studiecentrum voor Snacks en Zoetwaren (SSZ). Dat teveel suiker cariës kan veroorzaken weten we best. Toch kunnen we het snoepen moeilijk laten.

Verborgen suiker

Niet alleen snoepgoed, ook ‘gewone’ voedingsmiddelen bevatten soms veel suiker. Zelfs als producten niet zoet smaken, kan er veel suiker zitten.

Aantal suikerklontjes
Klein doosje snoepjes 10
Eetlepel jam 4
Glas sinaasappelsap 2,5
Glas cola 7
Bakje fruityoghurt 4,5

 

Cariës

Cariës is het gevolg van ‘demineralisatie’ van het tandglazuur. Hierbij lost het tandglazuur langzaam op, waardoor een gaatje ontstaat. De boosdoener is de Streptococcus mutans, een bacterie in de mond die zich voedt met suiker uit etensresten. Bij de consumptie van suiker scheidt deze bacterie melkzuur af. Het melkzuur zorgt ervoor dat het tandglazuur oplost. Speeksel bevat stoffen die dit proces maken en biedt dus bescherming tegen gaatjes. Bij meer dan vijf ‘zuuraanvallen’ op een dag kan het speeksel het echter niet meer bijbenen en wordt de kans op gaatjes groter.

Snoepadvies

Af en toe snoepen mag best. Beperk de consumptie van zoete producten tot de hoofdmaaltijden en eet daarnaast maximaal twee tussendoortjes. Bij deze hoeveelheid kan het speeksel de tanden nog beschermen tegen cariës. Je kunt ook kiezen voor producten met suikervervangers of zoetstoffen. Deze veroorzaken geen cariës, ook al eet je ze regelmatig als tussendoortje.

Tandvriendelijk snoepgoed

Het assortiment tandvriendelijk snoepgoed beperkte zich in de jaren zeventig nog tot enkele soorten kauwgom. Tegenwoordig kunnen consumenten in de winkel kiezen uit veel verschillende producten. Denk bijvoorbeeld aan drop, zuurtjes, pepermuntjes en ‘kauwsnoepjes’, maar ook aan chocolade, waterijs en zelfs vitaminepillen.

Happy Tooth logo

Het Happy Tooth logo, een vrolijke rode tand onder een beschermende paraplu, kan je helpen om tandvriendelijke producten in de winkel te vinden. Het garandeert dat een product geen cariës of tanderosie veroorzaakt. Wereldwijd zijn er ruim 60 fabrikanten die het logo mogen gebruiken. In Nederland is de Happy Tooth te vinden op producten van onder meer Mentos, Fruittella, SMINT, Air Freeze en Läkerol.

Bekijk de volledige lijst met producten:www.toothfriendly.org

PH-test

Toothfriendly International laat via een ‘pH-telemetrie test’ onderzoeken of een product tandvriendelijk is. Deze test meet de zuurconcentratie onder de tandplaque tijdens en gedurende 30 minuten na de consumptie van een testproduct. Producten waarbij de plaque-pH niet verder daalt dan de kritische waarde van 5,7 worden beschouwd als tandvriendelijk. Op dit moment zijn er drie onafhankelijke academische instituten die zulke testen routinematig uitvoeren.

Toothfriendly International

Het Happy Tooth logo is ontwikkeld door de Zwitserse non-profit organisatie Toothfriendly International (www.toothfriendly.org), die zich inzet voor de wereldwijde aanpak van tandcariës. De organisatie controleert op een eerlijk gebruik van het logo en geeft voorlichting over mondhygiëne en verantwoorde voeding, bijvoorbeeld via folders, brochures en posters. In een aantal ontwikkelingslanden lopen landelijke projecten, bijvoorbeeld om schoolkinderen te leren hoe ze hun tanden moeten poetsen. Toothfriendly International is in 1989 opgericht en wordt geleid door professionals uit de tandartsenwereld.

Zoetstoffen

De ene suikervervanger is de andere niet. Er zijn bijvoorbeeld verschillen in chemische samenstelling, smaak, energiewaarde en tandvriendelijkheid. Ook de glycaemische index (G.I.) de mate waarin de bloedsuikerspiegel stijgt na consumptie van een voedingsmiddel, kan variëren. Alternatieven voor suiker, of te wel sucrose, zijn te verdelen in drie groepen:

  • polyolen
  • suikers met een iets andere chemische structuur dan die uit de suikerpot
  • intensieve zoetstoffen

Polyolen

Polyolen worden vooral gebruikt in snoepgoed, zuivelproducten, mondverzorgingsproducten, medicijnen en industriële toepassingen. Voorbeelden van polyolen zijn: erythritol, isomalt, lactitol, maltitol, mannitol, sorbitol en xylitol.

Polyolen smaken iets minder zoet dan suiker en leveren minder calorieën. Polyolen hebben een lage glycaemische index (G.I.). Hierdoor voorzien ze het lichaam langduriger van energie en zijn ze geschikt voor diabetespatiënten. De meeste polyolen worden niet of nauwelijks omgezet door de bacteriën in de mond, waardoor ze tandvriendelijk zijn. Uitzondering zijn sommige maltitolsiropen, op de verpakking van het voedingsmiddel vermeld als ‘gehydrogeneerde zetmeelhydrolysaten’.

Polyolen zijn veilig voor consumptie, zo heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geoordeeld. In de Europese Unie is het gebruik ervan toegestaan. Wel kan overconsumptie leiden tot winderigheid, diarree en/of buikpijn. De maximaal aanbevolen dosis polyolen varieert van 25-50 gram per dag voor volwassenen (voor kinderen tot tien jaar de helft).

Intense zoetstoffen

Intensieve zoetstoffen worden gebruikt in onder meer frisdranken. Voorbeelden zijn: saccharine, cyclamaat, aspartaam, acesulfaam K, neohesperidine DC, thaumatine, sucralose, alitaam en neotaam.

Intense zoetstoffen kunnen niet verteerd worden door je lichaam en hebben uiteenlopende chemische structuren. Ze smaken 30 tot maar liefst 13.000 maal zo zoet als suiker, zijn tandvriendelijk en leveren meestal geen calorieën. Als ze al energie bevatten, dan is daar in het eindproduct weinig van te merken. Er is immers zeer weinig van nodig. Intense zoetstoffen staan ook bekend als non-nutritieve zoetstoffen, intense zoetstoffen, high intensity sweeteners, high potency sweeteners, of alternatieve zoetstoffen.

De maximaal aanbevolen dosis per dag varieert van 5 mg per kg lichaamsgewicht voor saccharine tot 40 mg per kg lichaamsgewicht voor aspartaam. Voor sommige stoffen, zoals thaumatine, is geen maximale dosis vastgesteld. Dit betekent dat een volwassene bij zeven glazen light-frisdrank aan zijn ‘tax’ zit, en kinderen tussen de vier en acht jaar al bij drie glazen. Zolang je je houdt aan de aanbevolen hoeveelheden is er geen gevaar voor de gezondheid.

Suikers

Fabrikanten hebben de laatste jaren stoffen ontwikkeld die qua chemische structuur sterk lijken op de suiker die we kennen uit de suikerpot. In tegenstelling tot suiker zijn ze tandvriendelijk. Voorbeelden van zulke stoffen zijn D-tagatose en isomaltulose.

D-Tagatose, geproduceerd uit melksuiker (lactose), bevat weinig calorieën en heeft een lage glycaemische index (G.I.). De stof smaakt ongeveer even zoet als suiker. D-tagatose wordt maar gedeeltelijk opgenomen door het lichaam. Het deel dat niet verteerd kan worden, dient als voedsel voor de darmflora. De stof wordt daarom ook wel een ‘probioticum’ genoemd. Gebruik je meer dan 15 gram D-tagatose per portie, dan kun je last krijgen van winderigheid of diarree.

Isomaltulose, gemaakt uit bietsuiker, bevat ongeveer evenveel calorieën als suiker maar wordt langzamer opgenomen in het bloed. Daardoor heeft de stof een lage G.I. en is hij geschikt voor gebruik in bijvoorbeeld sportdranken. Isomaltulose smaakt ongeveer half zo zoet als suiker. Ook bij consumptie van grote hoeveelheden heeft de stof geen vervelende bijwerkingen, uitzonderingen voor mensen met een stofwisselingsstoornis daar gelaten.