Duimen of op vingers zuigen is een heel natuurlijke gewoonte die bij veel kinderen voorkomt. Meestal stopt een kind hiermee voordat de vierde verjaardag bereikt wordt.

Gevolgen duimen

Bij een kind dat nog steeds zuigt als de permanente tanden doorbreken (rond het zesde levensjaar) kunnen tanden scheef gaan staan en kan het verhemelte vervormen. Ook kan de positie van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak veranderen. Dit komt door de druk die de duim uitoefent op de tanden en het verhemelte. De ernst van het probleem hangt onder andere af van de frequentie, de intensiteit, de positie van de duim of vinger en de kracht waarmee geduimd wordt.

Preventie

  • De beste preventie is om de pasgeborene een speen te geven zodra hij of zij op de duim of vingers begint te zuigen. Verkeerd en te vaak gebruik maken van een speen is ook niet goed maar de speen kan makkelijker worden afgepakt omdat hij nou eenmaal niet aan het lichaam van het kind vastzit.
  • Het is van belang dat het kind ook zelf wil stoppen met duimen. Mocht dit niet het geval zijn dan heeft druk oefenen vaak een averechts effect. Probeer het gewoon later nog eens.
  • Toon begrip en ontmoedig de gewoonte voorzichtig. Een reminder zoals een pleister op de duim kan daarbij helpen.
  • Hou bij hoe lang uw kind niet meer duimt (bijvoorbeeld met een mooie grafiek) en geef eventueel cadeautjes, zoals bijvoorbeeld een stuiver of dubbeltje per dag dat niet geduimd wordt.
  • Het geven van complimentjes als het kind niet duimt werkt beter dan boos worden als het kind wel duimt.
  • Nadat het kind overdag niet meer duimt kan de gewoonte s nachts worden afgeleerd door een handschoen of een sokje over de duim te doen. Neem echter steeds één stap tegelijk en probeer niet alles in één keer af te leren.
  • Het is vrij belangrijk dat het kind niet meer duimt als de permanente tanden doorkomen (dus zo rond het zesde levensjaar).