Angst is een slechte raadgever. Toch zijn naar schatting 2,5 miljoen Nederlanders bang voor de tandarts, waarvan ongeveer 0,5 miljoen extreem angstig. Hoe ontstaat angst voor de tandarts en wat kan men eraan doen?

Bang? Je bent niet de enige!

Ben je bang voor de tandarts? Je bent niet de enige! Naar schatting zijn er 2,5 miljoen Nederlanders bang voor de tandarts, waarvan ongeveer 0,5 miljoen extreem angstig. Van de totale bevolking behoeft 7% ( te weten: angstigen, gehandicapten en kinderen met zuigflescaries) een behandeling onder algehele anaesthesie; dat is ongeveer 1 miljoen mensen.

De meeste extreem angstige patiënten mijden gemiddeld gedurende 7 jaar de tandarts Al die tijd ontbreekt tandheelkundige zorgverlening, met voorspelbare gevolgen voor het gebit. De mondgezondheid van angstige patiënten is dan ook vaak slechter dan die van een normale patiëntenpopulatie Hakeberg e.a. (1993). Volgens Dr. Aartman (onlangs gepromoveerd op dit onderwerp aan de UVA) is angst een emotionele reactie op een – reëel of irreëel – dreigend onheil of gevaar. Gelukkig zijn er veel mensen die hun angst goed kunnen hanteren en daardoor gewoon behandelbaar zijn.

Hoe ontstaat angst voor de tandarts?

Het ontstaan van angst voor de tandheelkundige behandeling kan verschillende oorzaken hebben. Een traumatische ervaring uit het verleden kan ervoor zorgen dat iemand het vertrouwen in de tandheelkundige behandeling verliest. Associatie van bijvoorbeeld het geluid van de boor, of de geur van de praktijk met de nare ervaring, kan dan in het vervolg op zichzelf een gevoel van angst oproepen.

Angst kan ook worden “aangeleerd” en als het ware worden overgedragen van ouder op kind. Dit hoeft echter niet altijd zo te zijn. Al is de ouder nog zo bang, het kind begint met een schone lei. Door de verbeterde mogelijkheden om pijnloos te behandelen en de mogelijkheid om meer tijd uit te trekken voor de patiënt, waardoor deze meer aandacht kan krijgen, zal de kans op het ontstaan van angst afnemen.

Naast deze verschillende oorzaken kan angst bestaan als onderdeel van een andere psychische stoornis. Deze gegeneraliseerde angst hoort in eerste instantie bij een psychologisch hulpverlener thuis, om daarna in samenwerking met de tandarts verder behandeld te worden. Er zijn vragenlijsten ontwikkeld om de mate van tandartsangst, en de eventueel noodzakelijke hulp van andere hulpverleners te bepalen.

Wat kan je eraan doen?

Zoek een tandarts die goed met bange patiënten kan omgaan: misschien kent iemand in je omgeving een dergelijke tandarts, of anders je huisarts of verzekeraar. Vertel je tandarts dat je angstig bent en wanneer dat is begonnen. De tandarts is bekend met dergelijke problemen en kan veel doen om je wat minder angstig te laten zijn. Als het niet klikt tussen jou en de tandarts, spreek daar met je tandarts over.

Doe ademhalingsoefeningen of tel tot 500 als de angst je overvalt. Als je een ontspannend of kalmerend middel wilt nemen, bespreek dat dan met je tandarts.

Behandelingen

Er zijn verschillende behandelmogelijkheden, waaruit de behandelend (angst)tandarts uiteindelijk een keuze zal kunnen maken, bijvoorbeeld: gedragstherapie, lachgassedatie of intraveneuze sedatie en algehele narcose.

De uiteindelijke behandeling

Behandeling voor extreem angstige patiënten is mogelijk bij een tandarts die daarvoor affiniteit heeft of in Centra voor Bijzondere Tandheelkunde. Uw tandarts kan u daarnaar verwijzen; er is altijd een verwijsbrief noodzakelijk! Uw huisarts kan u deze verwijsbrief trouwens ook geven.

De gemiddelde wachttijd voor een patiënt bij de Centra voor Bijzondere Tandheelkunde, varieert van een maand tot anderhalf jaar. Uiteindelijk is het na deze behandelingen altijd de bedoeling dat de patiënt weer terugkeert naar de gewone “algemene praktijk” of de eigen tandarts.

Uw eigen tandarts kan u wellicht ook helpen. Het is zelfs mogelijk dat uw eigen tandarts een behandeling voor een angstige patiënt kan aanvragen bij de zorgverzekeraar, die daar een vergoeding voor geeft. Dit maakt de behandeling van de extreem angstige patiënten in een gewone praktijk mogelijk. Het is in dit verband voor particuliere patiënten raadzaam van tevoren te informeren bij hun zorgverzekeraar of deze een behandeling op uurtariefbasis vergoedt.