Nadat cariës en tandvleesziekten jarenlang de grootste bedreiging vormden voor ons gebit, komt er nu een “derde” gebitsziekte in toenemende mate opdagen: Bruxisme ofwel “tandenknarsen. Bruxisme is het beste te omschrijven als het met geweld over elkaar heen schuiven van tanden en kiezen, of ook wel het met kracht op elkaar klemmen van tanden en kiezen.

Wat is tandenknarsen?

Bruxisme is het beste te omschrijven als het met geweld over elkaar heen schuiven van tanden en kiezen. Het geeft een schurend of knarsend geluid. Het merendeel geschiedt ’s nachts, en dan meestal in de vorm van knarsen (ook wel slaapbruxisme genoemd). Ook komt het overdag voor, maar dan meestal in de vorm van klemmen (ook wel tandklemmen-overdag of waakbruxisme genoemd). Klemmen is anders dan knarsen. Bij klemmen wordt er hard dichtgebeten op de tanden. Daarbij is er geen sprake van het over elkaar heenschuiven van de tanden. De kracht die hierbij gemoeid gaat, kan zo hoog zijn dat er stukken glazuur van de tanden afspringen. Aan deze beide vormen kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen.

Tandenknarsen komt zowel bij kinderen als bij volwassenen voor. Vrijwel iedereen heeft wel een periode in zijn of haar leven waarin wordt getandenknarst. Dit is meestal van voorbijgaande aard. Problemen ontstaan pas als het aan blijft houden en klachten gaat geven. Er is dan sprake van een overmatig gebruik van de kauwspieren, ook wel hyperactiviteit genoemd.

Hoe komt u erachter dat u knarst?

Knarsen wordt ontdekt doordat u er zelf achter komt, doordat uw kiezen of kauwspieren pijnlijk worden. Het kan ook dat uw partner er u op wijst dat u ’s nachts wel heel erg veel kabaal maakt door het knarsen. Ook kan uw tandarts het signaleren, doordat hij een abnormale slijtage aan uw gebit waarneemt. De wetenschap van nu stelt echter dat de diagnose bruxisme door middel van een speciaal “slaaponderzoek” pas echt objectief is vast te stellen.

Hoe ontstaat tandenknarsen en klemmen?

Terwijl vroeger een grote rol werd toegedicht aan de vorm van tanden en kiezen en de manier waarop deze op elkaar bijten, wordt nu een veel grotere rol toegedicht aan de invloed van het Centrale zenuwstelsel.

  • Zo worden slaapstoornissen in verband gebracht met nachtelijk knarsen;
  • Erfelijke factoren spelen ook een rol (40-60%!), verder beïnvloeden zaken als stress, roken en alcoholgebruik het voorkomen ervan. Bij rokers wordt knarsen 2x vaker geconstateerd;
  • Bepaald medicijn gebruik, zoals antidepressiva en medicatie tegen ADHD en narcolepsie worden in verband gebracht met knarsen. Gebruik van harddrugs zoals speed en XTC evenzo;
  • Bepaalde ziekten in het centrale zenuwstelsel worden ook in verband gebracht met knarsen;
  • Onverwerkte trauma kan zich ook uiten in het tandenknarsen en klemmen.

De oorzaak van knarsen is multifactorieel: Er is geen duidelijke oorzaak aanwijsbaar; doch er zijn diverse factoren, zoals genoemd, die het optreden en verloop van de “aandoening” bepalen.

Wat kunt u er tegen doen?

Wat betreft de behandeling van bruxisme moeten we twee zaken onderscheiden:

  • Het voorkomen van schade door – en voorkomen van bruxisme zelf. (preventie)
  • De behandeling van de nadelige gevolgen van bruxisme, zoals extreme slijtage, pijn in de spieren.

Preventie van schade door – en het behandelen van bruxisme zelf
Het belangrijkste feit in de preventie is het leren onderkennen van het probleem zelf. U dient zich allereerst bewust worden gemaakt van het feit dat u knarst, leren herkennen wanneer u dit doet en leren begrijpen dat dit knarsen/klemmen ongewenst is.

Er dient hierbij een onderscheid gemaakt te worden tussen slaap- en waakbruxisme. Er zijn drie soorten hulpverleners die u kunnen helpen:

  • de tandarts
  • de fysiotherapeut
  • de psycholoog

Ook kunt u kiezen om zelf een hulpmiddel aan te schaffen. Bekijk de hulpmiddelen.

De tandarts kan u helpen met een uitleg over het probleem. Alleen al in het feit dat hij u wijst op het feit dat bv klemmen overdag onverstandig is, kan al een zet in de goede richting geven. Ook voedingsadviezen zijn in dit verband belangrijk. Zo kunnen veel zure dranken nog eens een extra verlies van tandmateriaal geven.

Ook kan de tandarts voor u een splint of spalk maken. Dit is een uitneembare plaat van doorzichtige kunsthars van 2-3 mm dik, die over uw boventanden worden aangebracht, en welke m.n.. gedurende de nacht wordt gedragen. De vraag is momenteel of het knarsen hierdoor nu echt verminderd, maar het speelt wel een heel belangrijke rol in het voorkomen van schade aan het gebit zelf.

Bij forse slijtage van de hoektanden kan het opbouwen van de hoektanden met wit vulmateriaal (composiet) ook enig soelaas bieden, omdat de onderkaak daarmee bij knarsbewegingen minder schade kan aanrichten.

Het toedienen van medicijnen is nog experimenteel, doch mogelijk dat we in de toekomst hier meer van kunnen verwachten.

De fysiotherapeut kan u helpen als er sprake is van nadelige gevolgen bij bruxisme, zoals pijn in de kauwspieren en bewegingsbeperking. (U kunt de mond niet goed opendoen)

Ontspanningsoefeningen, massage en het u bewustmaken van het knarsen/klemmen wat u doet kunnen soelaas bieden, met als uiteindelijk doel een gedragsverandering.

De psychologische benadering kan u helpen bij het doorbreken van het ongewenste gedragspatroon, in dit geval “het knarsen”.

Om leren gaan met stress, ontspanningsoefeningen, helpen met het verwerken van een trauma en tips voor het verkrijgen van een betere nachtrust, kunnen in dit verband een belangrijke bijdrage geven. Ter ondersteuning van de psychologische benadering is er nu een “cursus bruxisme” die men kan lopen in een groep mensen met eenzelfde problematiek. Ook is er een goede voorlichtingsfilm beschikbaar die u kan helpen bij het herkennen van het probleem.

De behandeling van de nadelige gevolgen van bruxisme

Allereerst dient bruxisme in een zo vroeg mogelijk stadium te worden behandeld, om schade aan het gebit zoveel mogelijk te voorkomen. De behandeling zal dan ook altijd aanvangen met de bovengenoemde behandelmogelijkheden.

Vervolgens kan de tandarts met een scala aan mogelijkheden veel doen om uw gebit weer op een stabiele wijze te herstellen. Het gebruik van witte vulmaterialen staat hierbij voorop, omdat dit relatief eenvoudig en zonder al teveel schade is aan te brengen. Zo kunnen voortanden bv. weer hun normale uiterlijk krijgen. Is de situatie gedurende wat langere tijd stabiel gebleven, dan komt duurzaam herstel door middel van kronen ter sprake. Orthodontie (een beugel) kan eveneens in specifieke gevallen soelaas bieden, dit evt. in combinatie met het “witte” vulmateriaal.

Raadpleeg altijd uw tandarts, die u kan adviseren, helpen en eventueel doorverwijzen naar therapeuten die gespecialiseerd zijn in deze problematiek!

Intructies voor het dragen van een splint

Bij u werd een zogenaamde stabilisatiesplint ofwel spalk geplaatst in verband met functiestoornissen van uw kauwstelsel, of om uw gebit te beschermen tegen de gevolgen van overbelasting zoals tandenknarsen.

U moet de spalk dragen gedurende: -de nacht-overdag-het knarsen of als u verwacht dit te gaan doen. Tijdens de maaltijd en bij sporten of telefoneren kunt u de spalk uitlaten.

De eerste dagen na het plaatsen van de spalk kunt u meer last krijgen van de kaakgewrichts-klachten. Ook kunnen zich nieuwe klachten voordoen. In de meeste gevallen zullen de tanden pijnlijk worden. Dit is dan vooral merkbaar bij het indoen van de spalk; soms ook bij het eten zonder de spalk. U kunt het gevoel krijgen dat uw tanden losser gaan staan. Al deze klachten behoren tot het gewenningsproces, waar u doorheen moet bij deze vorm van behandeling. Na meestal 3 tot 5 dagen zullen ze geleidelijk aan afnemen.

Uw tanden worden tijdens het dragen van de spalk gedeeltelijk afgedekt, waardoor ze sneller “vies” zullen worden. Om schade aan uw gebit te voorkomen, moet u dan ook extra aandacht geven aan het tandenpoetsen en aan het stokeren of flossen. Poets de spalk zelf ook! U kunt dit het beste doen door deze zowel aan de binnen- als buitenkant te schrobben met een harde borstel en zachte zeep. Spoel hem af onder lauwwarm of koud water. Gebruik hiervoor nooit warm water, omdat de spalk dan krom kan trekken.

Als u de spalk niet draagt, bewaar hem dan onder water. Door uitdroging kan de spalk namelijk kromtrekken. Laat hem nooit slingeren; uw hond of kat of kind zal het als een dankbaar object ervaren!

U heeft als het goed is vervolgafspraken gekregen voor nacontrole. Tijdens dat bezoek wordt gecontroleerd of u bij het dichtbijten op de spalk nog overal gelijkmatig contact maakt. Soms worden hiertoe enige correcties uitgevoerd. Soms wordt de spalk hierdoor op sommige plaatsen heel erg dun, en kunnen er na verloop van tijd gaten in ontstaan. Dit is geen probleem, en geen reden om de spalk niet meer te dragen of u eerder te melden voor een consult.

Voor het controleren van de voortgang van de behandeling is het belangrijk dat u zo precies mogelijk aangeeft wat u ervaart als reactie op de ingestelde therapie. Rapporteer ook eerlijk de momenten dat u de spalk draagt. Maak van uw klachtenpatroon en van de draagtijd dagelijks een korte aantekening en neem dit mee bij uw volgende bezoek. Het doorvoeren van gerichte correcties aan de spalk wordt hiermee makkelijker en zinvoller, waardoor er sneller een beter resultaat kan worden bereikt.

In het algemeen mag binnen 8 tot 12 weken een gunstige reactie op de ingestelde behandeling worden verwacht. Als dit niet het geval is, zal moeten worden bekeken of deze behandeling wel de juiste en nog wel zinvol is.